donderdag 26 april 2012

Alleen.

Tijdens de lessen moet je je ergens mee bezighouden, toch? Wel, deze keer was ik niet aan het prullen, dromen of opletten, maar aan het schrijven. Tijdens de les Nederlands had ik een creatieve bui, en liet ik me helemaal gaan. Dit verhaal is uit mijn pen gevloeid, en ja, het trekt op niet veel. Maar who cares, dit soort rare dingen komen er dus van als een les saai is.

Bron
"Ariën knipperde met zijn ogen. Angstig keek hij de kleine, donkere kamer rond. Waar was hij? Zijn ogen vulden zich met tranen. Hij trok zijn blote knieën, sloeg zijn armen eromheen en probeerde met snelle, ongecontroleerde bewegingen zijn kippenvel, dat zijn gehele benen bedekte, weg te masseren terwijl hij zijn ogen angstvallig en schuchter op de gesloten deur hield. Het was ontzettend koud, maar Ariën durfde niet op te staan om het grote raam in de muur over hem dicht te doen. De ijzige lucht bleef binnenstromen, en de tenen van Ariën voelden alsof ze er elk moment af konden vriezen. Heel traag en voorzichtig schuifelde hij met zijn rug tegen de muur naar het raam, terwijl hij zijn ogen geen enkele keer van de houten deur afwendde. Hij ging naast het raam staan, voorzichtig, zodat niemand door het raam zijn benige, naakte lijf zou zien.

Hij verborg zijn naaktheid met zijn handen en wou het raam dichtdoen. Het klemde. Angstig dacht Ariën na. Hier had hij zijn beide handen én ogen voor nodig, die nog altijd strak op de deur gericht waren. Snel dan. Hij ademde diep in, draaide zich snel om en klikte het raam dicht. Hij ving een glimp op van de wereld buiten dit hok. Snel liet hij zich op de grond zakken, kwam op adem en hoopte dat niemand hem gezien had. Wat had hij nu ook weer door het raam gezien? Hij graafde in zijn geheugen, ookal was het nog maar enkele seconden geleden. De angst en de koude maakte van elke seconde een eeuwigheid. Bomen, veel bomen. Het was donker geweest. De kans dat iemand hem hier zag, was wel erg klein. Weer vroeg Ariën zich af waar hij was. Hij was zo bang. Hij voelde zich klein en vernederd. De wonden en blauwe plekken deden pijn, maar de hulpeloosheid, het gevoel helemaal alleen te zijn, scheurden zijn ziel uiteen. Tranen rolden over zijn kleine, bolle wangen. Hij zou dit nooit mogen hebben meemaken. Ergens, ver weg, was er vast iemand hem aan het missen. Hoopte hij." 

Kus, Sofie.

2 opmerkingen: